Datum: 24 maart 2026
Aanvang: 20:00 uur
Location: Het Cenakel, Tilburg
Discount pass: Abonnement De Link, We Are Public, Podiumpas
Price: €18,00 | student €8,00
Program
Carolina’s Book of Spells (2026) – Nuno LoboNevel (2026) – Jelmer de Moed
Hypothermia (2026) – Nuno LoboTacit (2026) – Jelmer de MoedOjikawa (1968) – Claude Vivier
Muhler Minha (2026) – Nuno Lobo
Jelmer de Moed (klarinet) onderneemt samen met bekroond sopraan Elisabeth Hetherington en slagwerker Agostinho Sequeira een zoektocht naar het onbeschrijflijke. Hoe kun je zeggen wat je niet onder woorden weet te brengen? Het trio doet met het programma You Speak In Tongues een alleszins dappere muzikale poging, in een bezwerend ritueel. Scheppen wij muziek en taal, of scheppen zij ons?
De grootmoeder van Nuno Lobo, de Carolina aan wie het eerste werk van het programma refereert, gebruikt nog regelmatig verschillende rezas (gebeden of bezweringen) die generaties lang mondeling zijn doorgegeven. Ze stammen uit een tijd waarin men in Portugal vaak een toevlucht zocht tot gebeden om alledaagse problemen op te lossen. Zo is er het responso tot Sint-Antonius, bedoeld om verloren voorwerpen terug te vinden, of het minder bekende ritueel van een schoen die aan een sleutel hangt – dat zou moeilijke vragen beantwoorden. Deze teksten hebben hun eigen ritme, herhaling en melodie. Als kind raakte Nuno Lobo gefascineerd door hun mysterieuze klank, nog voordat hij hun betekenis volledig begreep.
Lobo’s werk Hypothermia is geïnspireerd door de verschillende symptomen van onderkoeling. Terwijl de muziek zich ontwikkelt, lijkt ook de kerntemperatuur van de toehoorder in verschillende stadia te dalen; van rillen en hyperventilatie tot spierstijfheid, verwarring en verlies van bewustzijn. (Geen zorgen, in Muziekgebouw en Amare vielen geen gewonden.)
Geïnspireerd door het fenomeen van glossolalie onderzoekt Jelmer de Moed in Tacit de grens tussen klank en taal. In de gefragmenteerde tekst van Aisha Pagnes, geïnspireerd op de brief van Paulus aan de Korinthiërs, wordt steeds opnieuw bevraagd wat een ‘ik’ eigenlijk is wanneer het spreekt: een lichaam, een stem, een woord – of iets dat zich juist aan taal onttrekt? Het werk onderzoekt hoe woorden uit klank ontstaan en hoe taal zowel kan verbinden als scheiden. Het ontvouwt zich als een ritueel waarin de spanning tussen de musici langzaam groeit, totdat deze zich in het laatste deel lijkt op te lossen.
Het eerste uitgegeven werk van Claude Vivier uit 1968, voor sopraan, klarinet en percussie, markeert de eerste toepassing van Viviers karakteristieke ‘verzonnen taal’: een reeks klankwoorden zonder vaste betekenis, gekozen om hun fonetische en emotionele kleur. Deze imaginaire taal wordt gecombineerd met een Franse parafrase van Psalm 131, waardoor een rituele sfeer ontstaat waarin religieuze tekst en pure klank naadloos in elkaar overvloeien.
Nuno Lobo schreef een compositie gebaseerd op het traditionele Portugese lied Mulher Minha Não Bebas Mais Vinho, dat zijn grootmoeder vroeger voor hem zong tijdens hun ritten naar zijn muzieklessen. Het lied handelt op speelse wijze over een man die zijn vrouw allerlei geschenken aanbiedt om haar over te halen minder wijn te drinken. Lobo herschreef de tekst en voegde een nieuw perspectief toe: wat begint als een humoristische weigering groeit geleidelijk uit tot een statement over vrouwelijke onafhankelijkheid en emancipatie, met een verwijzing naar de late invoering van het vrouwenkiesrecht in Portugal (pas in 1976).